Geschiedenis

Beveren, geschiedenis van water over inpoldering tot havengebied

 In de vroegste geschiedenis was het ‘Land van Beveren’ een onmetelijke vlakte met talrijke rivieren en eilandjes. Doorbraken, veroorzaakt door het stijgend zeeniveau, brachten dit land steeds meer onder invloed van de getijden. Aan de grens van dit vloedgebied zijn nederzettingen ontstaan, waarvan vaststaat dat ze door de Romeinen zijn bezocht of bewoond. Met primitieve dammen, die later op initiatief van kloosters en abdijen tot dijken werden verhoogd en versterkt, hebben de eerste streekbewoners de strijd met het water aangebonden en hun gemeenschappelijke schapenweiden gewonnen op het slikkengebied.

Tijdens de invallen van de Noormannen in de 9e eeuw kregen de plaatselijke vazallen van de Graaf van Vlaanderen opdracht om de streek langs de Schelde te verdedigen. Uit deze vazallen zijn de Heren van Beveren voortgekomen. In 1334 komt de Heerlijkheid in het bezit van de toenmalige Graaf van Vlaanderen, Lodewijk van Nevers, waarna een periode van vredig bestuur begint. Het inmiddels rijke landbouwgebied deelt achtereenvolgens in de welvaart van Vlaanderen en in de luister van Bourgondië.

In 1575 worden de rechten van de Heerlijkheid in het openbaar verkocht. Een Antwerps koopman verwerft Kallo met rechten op de Schelde. De overige gebieden worden eigendom van de hertog van Aarschot. Na de Franse Revolutie in 1792 verliest de adel zijn macht. Alle heerlijke rechten vervallen en de parochies worden afzonderlijke gemeenten. De 16e eeuw is overigens een rampeeuw voor de polders. Zo zette in 1570 de Allerheiligenvloed de polders van het Waasland onder water. Bij het beleg van Antwerpen werden uit strategische overwegingen de resterende dijken door Spaanse en Hollandse legers doorgestoken.

Vanaf de 17e eeuw begint de inpoldering. In 1846 is het op één na laatste schorrengebied ingedijkt. Langer dan een eeuw lijkt de Schelde bedwongen. In de nacht van 1 februari 1953 slaat een zware, met springtij gepaard gaande storm, een bres in de zeedijk. Verschillende polders overstromen en honderden huizen lopen ernstige schade op.

Begin jaren 1960 duikt voor de polders een ander probleem op. De Antwerpse haven had op de rechteroever van de Schelde te weinig expansiemogelijkheden. De toekomst van de haven lag volgens de plannenmakers op de linkeroever, grotendeels op het grondgebied van de gemeente Beveren. Zo maakten de vruchtbare polders, die in het verleden moeizaam op het water veroverd waren, plaats voor havendokken. Op 1 april 1971 gingen de werken van start aan de Kallosluis, momenteel de enige toegang tot de Waaslandhaven. De aanleg van het Waaslandkanaal was de volgende stap. Dit kanaaldok is aangelegd met twee insteekdokken die bestemd zijn voor de overslag van vloeibare en gasvormige producten. Haaks daarop liggen de drie grote havendokken: het Doeldok, het Vrasenedok voor de overslag van stuk- en massagoederen en het Verrebroekdok. Inmiddels werd nabij Doel ook een containerterminal gepland, met daarop aansluitend het Deurganckdok. Momenteel bevinden zich in de Beverse Waaslandhaven een 80-tal bedrijven. De Liefkenshoek-autotunnel, geopend in 1991, zorgt voor de ontsluiting van de gehele linkeroever. Op 10 juni 2016 werd een tweede toegang tot de Waaslandhaven, de Kieldrechtsluis, officieel geopend.

 De geschiedenis van Beveren is de geschiedenis van een vrijheidlievend volk, dat nooit werd geknecht. Het ‘Land van Beveren’ had zelfs eigen maten en gewichten: nog steeds spreekt de volksmond van een ‘Beverse maat’ als het glas goed gevuld is. Op 1 januari 1977 werd het vroegere "Land van Beveren" opnieuw grotendeels herenigd. Door de fusie van de gemeenten vormen Beveren, Doel, Haasdonk, Kallo, Kieldrecht, Melsele, Verrebroek en Vrasene met een totale oppervlakte van ruim 15 000 ha één van de meest uitgestrekte gemeenten van Vlaanderen.

Beveren blijft ook landschappelijk aantrekkelijk: naast een uitgestrekt polderlandschap en de meer typische Wase landerijen met hun bolle akkers, bevinden zich hier enkele mooie natuur- en parkgebieden.