Monumenten

Gemeentehuis Beveren

Grote Markt, Beveren

Het oude gedeelte van het gemeentehuis werd gebouwd in1863 door architect E. Serrure uit Sint-Niklaas. Het verving het "Landhuis" dat van 1652 dateerde. Het nieuwste gedeelte werd gerealiseerd in twee fasen: de eerste in 1981 en de tweede eind 1992. Het gemeentehuis heeft uitsluitend een administratieve functie.  Het werd beschermd als monument in 2010.

 

Schandpaal

Grote Markt, Beveren

De arduinen schandpaal werd vervaardigd in april 1777 door J.E. de Lateur. Na een uitgebreide studie omtrent de vroegere betopping, werd in 1984 een nieuw bovenornament aangebracht: een ionisch kapiteel met vaas. Oorspronkelijk zou de schandpaal op de wijk Zillebeek gestaan hebben. Na heel wat omzwervingen werd hij uiteindelijk op 22 augustus 1980 op de Grote Markt heropgericht. N.a.v. de herinrichting van het marktplein, werd de schandpaal een tijdje verhuisd naar het domein Cortewalle. Op 19 mei 2000 werd hij terug officieel onthuld op de Grote Markt.

 

 

Gemeentepomp

Grote Markt, Beveren

De gemeentepomp werd n.a.v. de herinrichting van de Grote Markt opgekuist en op de huidige plaats gezet. Vroeger stond ze verder verwijderd van de kerk. Er lag bij de pomp een open water- of pensput, die in 1862 is overwelfd. De huidige pomp dateert van 1881. Het is een arduinen constructie, bovenaan getooid met een mooie siervaas. De watersproeier is in de vorm van een leeuwenkop en is een ontwerp van de Gentse beeldhouwer Soudan. Dankzij de restauratie geeft de pomp opnieuw water.

 

Dageraad

Grote Markt, Beveren

Het beelhouwwerk 'De Dageraad' werd gemaakt door Valeer Peirsman uit Temse. Volgens hem symboliseert het kunstwerk de dynamiek van Beveren en zijn 8 deelgemeenten. Het waterbekken staat voor de binding van de gemeente Beveren met de Waaslandhaven, het watergordijn stelt de beweging en de verandering in de deelgemeenten voor. De wereldbol is symbool voor de rol van Beveren in de wereld en het meisje staat voor de jeugd, de toekomst van Beveren.

Hof ter Welle

Anna Piersdreef, Beveren

Het kasteel Hof ter Welle was de verblijfplaats van de voormalige heren van de heerlijkheid Ter Welle. Vanaf de 15e eeuw behoorden zij achtereenvolgens tot de geslachten Vilain, Van Pottelberghe, Del Plano en Foullon d'Anteville. In 1723 werd het kasteel eigendom van jonkvrouw Anne-Francisca Piers (1664-1751). Zij brengt er haar school voor arme kinderen en weeskinderen onder. Bij het ontstaan van de "burgerlijke hospicen" in 1796, neemt deze administratie het Hof ter Welle als instelling van weldadigheid over.

In 1799 wordt het domein overgedragen aan het Bureel van Weldadigheid, het huidige OCMW. In 1974 werden Hof ter Welle en omgeving beschermd als monument en als landschap. In 1978 kocht de gemeente Beveren het domein. De restauratie van het kasteel werd in 1998 aangevat. De eerste fase (daken en gevels) werd eind 2000 voltooid. Na de binnenrestauratie wordt dit in de toekomst een museum- en erfgoedsite, waar ook de Hertogelijke Heemkundige Kring een onderkomen krijgt. De functie van kindertehuis blijft, voor wat het westelijk deel betreft, tot op heden bewaard.

 

Bosdamkasteel

Oude Zandstraat, 9120 Beveren

Het kasteel Bosdam, vroeger ook Cretenborch genoemd, is een alleenstaand herenhuis dat dateert uit het begin van de 19e eeuw. Ridder van Male de Ghorain woonde er sinds 1902 en veranderde de naam in ‘Bosdamkasteeltje’. Het vroegere park werd door de verbreding van de straat enerzijds en door de aanleg van een nieuwe verkaveling aan de achterzijde anderzijds, gereduceerd tot een kleinere tuin met vijver.

 

Huis Lombaert

Kloosterstraat, Beveren

Het Huis Lombaert is een herenwoning die dateert uit de 18e eeuw. Na de grote brand in 1702, waarbij een groot deel van het centrum van Beveren verwoest werd, kocht Pieter Lombaert de gronden waarop het gebouw gevestigd is. Het gemeentebestuur werd eigenaar in 1856. Het gebouw heeft verschillende functies gehad: onderwijs, vredegerecht, gemeentelijke administratie en bibliotheek. Nu is het ingeschakeld in de culturele infrastructuur van de gemeente. In 2001 werd het samen met de dubbelarmige waterpomp (aan de achtergevel) beschermd als monument.

 

Huis Piers

Vrasenestraat, Beveren

Het huis Piers dankt zijn naam aan de bewoners, de familie Piers. Deze familie is door de figuur van Anna Piers ook verbonden met het Hof ter Welle. De vader van Anna Piers, Pieter Frans, was destijds burgemeester van Beveren.

Dit alleenstaand herenhuis is een voorbeeld van de traditionele bak- en zandsteenarchitectuur uit de 17e eeuw. Het bezit 7 traveeën en 2 bouwlagen onder een schilddak. De contrastrijke gevel met hoekkettingen, speklagen en steigergaten zet aan op een zware sokkel van zandsteen. De kruiskozijnen werden jammer genoeg in de 19e eeuw vervangen door hoge rechthoekige vensters met arduinen lekdrempels. In 1833 namen de grootouders van kunstschilder Albert Ciamberlani (1864 – 1956) hun intrek in huize Piers. Naar hen werd ook de Ciamberlanidreef genoemd. De gronden van dit huis reikten in die tijd van de Vrasenestraat in het westen, langs de Ciamberlanidreef in het noorden, via een aanzienlijk stuk in de Kasteeldreef in het oosten naar een uitweg tot op de Grote Markt. Na de Ciamberlani’s werd dit huis eigendom van de weduwe van A. de Browne de Tiège. Deze man was volksvertegenwoordiger en weldoener van de gemeente Beveren. Vandaar dat ook een straat (De Brownestraat) naar hem werd genoemd. De laatste particuliere eigenaar van het huis Piers was veearts Van Den Abeele, die er tot 1961 woonde. Het herenhuis heeft een ruime gekasseide voorkoer en een siertuin in Franse stijl sinds 1965.

In 1967 werd het gebouw aangekocht door de gemeente Beveren die er na de restauratie het vredegerecht van het kanton Beveren in onderbracht. Het vredegerecht verhuisde later naar de Gravendreef. Het huis Piers werd beschermd als monument in 1974.

Molen Van Hove

Vesten, Beveren

De molen van Hove werd in 1822-1824 gebouwd op verzoek van Gommarus Verhaegen. De molen werd genoemd naar de familie Van Hove die hem in 1895 verwierf. Tot 1919 werd de "bovenkruier", dit is een molen waarvan de kap kan worden verdraaid om de wieken "op de wind" te zetten, gebruikt als korenwindmolen. In 1924 werden wieken, staartwerk en de houten gaanderij rondom de romp verwijderd. Tijdens de tweede wereldoorlog was er een Duitse uitkijkpost gevestigd. Begin deze eeuw liet de familie Van Hove, inmiddels al meer dan een eeuw bezitter van de molen, de molenkap en de ramen vernieuwen. De molenromp doet nu alleen nog dienst als bergingsruimte.

Hooghuis

Hooghuisstraat, Doel

Het Hooghuis is het oudste herenhuis (1613) in de polders van Doel. Het is opgetrokken in typische Vlaamse renaissancestijl. Sinds 1978 is het Hooghuis een beschermd monument. Het gebouw wordt verplaatst naar Prosperpolder.

Scheldemolen

Scheldemolenstraat, Doel

De windmolen in Doel is één van de oudste stenen molens van Vlaanderen. Hij werd opgericht tussen 1629 en 1656, oorspronkelijk een korenwindmolen. De molen werd gebruikt tot 1927. Sinds 1946 is het een beschermd monument. De molen werd gerestaureerd in 1958 en aangekocht door de gemeente Beveren in 1978. Tegenwoordig maakt het deel uit van een restaurant.

Hof ter Snoecke

Heirbaan, Haasdonk

De schone hofstede "Ter Snoecke" is omgeven door brede wallen waar de Beverse Beek ontspringt. Het is een vroegere grenspost van "Het Land van Beveren". De naam van het hof is ontleend aan de voormalige bewoners. De familie Snoecke woonde er tot in de 17e eeuw. Het juiste bouwjaar van deze omwalde hoeve is niet gekend. Binnen in een moerbalk staat 1574 gegrift, buiten op de zijgevel staat 1650 geankerd (vermoedelijke datum van een latere verbouwing).
In 1949 werd deze eeuwenoude woning, die zwaar beschadigd was door enkele dichtbij neergevallen V-bommen, gerestaureerd. Steen voor steen werd onder handen genomen. Het dak is er altijd bovenop gebleven. De oorspronkelijke binnenverdeling is behouden, doch de nodige moderne aanpassingen werden aangebracht. In de voorgevel werden dichtgemetselde kruisvensters terug geopend. De huidige gemetselde poort is niet het oudste deel van het complex. In de zijgevel langs de dreef ziet men nog de dichtgemetselde ronde boog van de oude poort. Boven deze poort heeft men in 1650 de huidige zijgevel gebouwd.

Oud Gemeentehuis Haasdonk

Pastoor Verwilghenplein, Haasdonk

Het oud gemeentehuis van Haasdonk is een zeer pittoresk gebouw opgetrokken in traditionele bak- en zandsteenstijl. Door de verdeling in 3 identieke luiken biedt het een harmonieuze aanblik aan de voorbijganger. Vermoedelijk werd dit oud gemeentehuis van Haasdonk gebouwd na 1578 toen de Geuzen het ganse dorp platbrandden. Het gebouw kende toen een meervoudig gebruik: zetel van de Haasdonkse schepenbank en thuishaven van de voornaamste gilde van het dorp, de Schuttersgilde.

Tijdens de Boerenkrijg van 1798 werd kantonhoofdplaats Haasdonk de zetel van het kantonbestuur. Tassijns, voorzitter van het kanton Haasdonk, had zijn bureau in het gemeentehuis. Hij stelde zich te weer tegen de plunderingen en vervolgingen van de Fransen en hun aanhangers. Hij kwam in conflict met commissaris De Kever, werd afgezet en een tijdlang opgesloten in het gemeentehuis.

Toen in 1926 het gemeentehuis met bordes met dubbele bordestrap herbouwd werd, bleek het vorige gebouwtje geen echte fundering te hebben. De muren waren slechts een halve meter diep in de grond gemetst. Het werd identiek heropgebouwd door A. Wymeersch. Toch kon ook deze restauratie het gebouw niet behoeden voor aftakeling. Dit was vooral te wijten aan het gebruik van poreuze materialen. In 1991-1992 kwam er een historisch correcte restauratie, die de schade die de vorige had aangericht herstelde. Sinds 1943 is het gemeentehuis van Haasdonk een beschermd monument. Het wordt nu ingeschakeld in de culturele infrastructuur van de gemeente en biedt vergadermogelijkheden voor de plaatselijke culturele verenigingen.

Tassynskruis

Tassijnslaan, Haasdonk

Het Tassynskruis werd opgericht in 1898. Het is een grafmonument ter nagedachtenis van Jan Baptist Tassyns.

Op het einde van de 18e eeuw stond Vlaanderen onder het Franse schrikbewind. Oost-Vlaanderen behoorde tot het departement van de Schelde, dat verdeeld was in 44 kantons. Elk kanton bestond uit verschillende gemeenten. Joannes Baptista Tassyns, geboren op 9 september 1751, was voorzitter van het kanton waarvan Haasdonk de hoofdplaats was.

De Fransen ontnamen op een brutale manier onze voorouders hun oude gebruiken en godsdienst. De priesters werden als staatsambtenaren aanzien en moesten trouw zweren aan de republiek. Vermits de meesten dit weigerden, werden ze uit hun ambt ontzet en werden de kerken leeggehaald en gesloten. Ook de klokken werden uit de toren weggehaald want die werden als alarm of noodsein geluid om heel het dorp te verwittigen.

In oktober 1798 werd een wet uitgevaardigd, waardoor alle jongens tussen 20 en 25 jaar gedwongen werden in het leger van de Franse republiek te dienen. De bewoners uitten met verenigde krachten en op hun eigen manier hun verzet. Op 18 oktober 1798 werd Haasdonk overstroomd door een massa “boeren”.  Dit waren bewoners van het platteland met allerhande beroepen, doch voor de stedeling zagen ze er uit als boeren.  De Fransen noemden hen “brigands”. Ze streden voor “outer en heerd”. Ze wilden het herstel van het oude regime. Dus weg met de Fransen, die door de Vlamingen bedacht werden met de spotnaam “Sansculotten”.

Tassyns werd neergeschoten in de Haasdonkse bossen. Hij was in het kanton Haasdonk het 16e en laatste slachtoffer van de Fransen. In 1898 werd ter zijner nagedachtenis een grafmonument (Tassynskruis) opgericht.

Hof ten Damme

Hoog-Kallostraat, Kallo

Het Hof ten Damme is een gerestaureerde herenwoning uit de 16e eeuw. In 1790 werd ze grondig aangepast in een late rococostijl. Het gebouw stond in de 19e eeuw bekend onder de naam "Chateau van Landeghem". De bekende heemkundige Rijkhard Van Gerven restaureerde zelf deze woning en werd daarvoor in 1976 bekroond. 

Binnenin vinden we nog prachtige eiken paneeldeuren en schoorsteenmantels in Lodewijk XV-stijl. Het gebouw werd in 1981 beschermd als monument, Inclusief het interieur en de tuin met de zeldzame Ginkgo Biloba. Sinds1978 doet Hof ten Damme dienst als feestzaal.

Oud schoolhuis

Hoog-Kallostraat, Kallo

Het schoolhuis te Kallo werd opgetrokken in 1724. Het is gebouwd in laatbarokke stijl met classicistische inslag. Oorspronkelijk deed het dienst als pastorie, later als schoolhuis. Het werd ingeschakeld in de culturele infrastructuur van de gemeente en biedt vergadermogelijkheden voor de plaatselijke culturele verenigingen.

Pastorij in Kieldrecht

Oud Arenbergstraat, Kieldrecht

De pastorij in Kieldrecht werd vermoedelijk opgetrokken tussen 1894 en 1897, naar ontwerp van architect Van Haecke-Peeters. De salons werden traditio­neel gedecoreerd met stucwerk op de plafonds en met de kenmerkende marmeren schouwen. In 2004 werd de pastorie beschermd als monument. In 2012 kwam de pastorie in privé-bezit.

Prosperhoeve

Belgische Dreef 5-7-8, Kieldrecht

De Prosperhoeve is een herenhoeve gebouwd door hertog Prosper van Arenberg. De hoeve maakt deel uit van een gebouwencomplex opgetrokken tussen 1850-1859 door hertog Prosper van Arenberg. Het bedrijfsgebouw (nr.8) heeft verschillende functies gehad, o.a. maalderij (infrastructuur integraal bewaard), die in de periode 1904–1911 gebruikt werd als noodkerk. De historische site werd in 1982 in haar geheel als dorpsgezicht beschermd, de herenhoeve als monument.

Huis Briels of kasteel Ysenbrand

Kerkplein, Melsele

De oude vleugel van dit bejaardenhuis wordt gevormd door een kasteel uit de 17e eeuw gebouwd door Petrus Franciscus Ysebrand, griffier te Melsele. Frans Briels was de laatste privé-eigenaar. Hij schonk het bij zijn overlijden in 1932 aan de COO van Melsele, Met de opdracht er een rustoord van te maken. In 1949 werd deze opdracht vervuld. In de loop van de 20e eeuw werd het kasteeltje uitgebreid tot een modern rustoord, dat door de fusie in het patrimonium van het OCMW Beveren kwam.

Pastorij in Melsele

Kerkplein, Melsele

De pastorij in Melsele is een rechthoekig bakstenen dubbelhuis uit 1767. Ze werd in 1976 als monument beschermd en de omgeving als dorpsgezicht. In 1982 werd de bescherming uitgebreid met de bijgebouwen, met name de stalling en het koetshuis en de dorpskom beschermd als dorpsgezicht. In 2011 kwam de pastorij in privé bezit.

OC Boerenpoort

Sint-Elisabethstraat, Melsele

Op de hudige locatie van OC Boerenpoort stond in de 16e eeuw het kasteel van de Spanjaard Gallo de Salamanca. In 1825 werd het terrein geschonken aan de Zusters van Liefde. In 1826 namen de eerste vier zusters hun intrek in het klooster. De zusters bouwden een bloeiende meisjesschool uit - het OLV van Gaverlandinstituut - met een lagere school en middelbaar onderwijs met een humanoria, een handelsschool en een technische richting. De school werd door inwoners van Melsele "het Hofke" genoemd, en de ingang "De Boerenpoort".

In 1994 verhuisde de school naar de Sint-Maartencampus in Beveren. Na enkele jaren leeg te hebben gestaan, kwam het gebouw in handen van de gemeente en onderging het een grondige restauratiebeurt. Het gerenoveerde hoofdgebouw van het voormalig klooster werd op 2 juni 2006 officieel geopend. Het gelijkvloers is volledig ter beschikking voor cultureel gebruik.

Pastorij in Verrebroek

Sint-Laurentiusstraat, Verrebroek

De pastorij in Verrebroek is sinds 2004 een beschermd monument. De achtertuin bezit nog alle karakteristieken van een 19e-eeuwse pastorietuin in Engelse landschapsstijl. Sinds juni 2006 is deze tuin gedeeltelijk toegankelijk gemaakt. Het stuk van de tuin achter de pastorij bleef bij het gebouw horen. In het publieke deel werd een wandel- en fietspad, een vijver, een peuter-kleuter hoekje met speeltuigen en een petanquebaan aangelegd. Het lommerrijk pad werd tevens voorzien van enkele rustbanken.

OC 't Klooster

Nieuwe Baan, Vrasene

Het oudste gedeelte van het kloostercomplex van Vrasene gaat terug tot de vroege 18e eeuw. Het was een gewoon woonhuis. Het was ook even pastorij maar verwisselde regelmatig van eigenaar, tot het gebouw begin 19e eeuw werd aangekocht door de Dames van het Christelijk Onderwijs. Deze zusterorde startte hier een pensionaat, dat al snel heel wat leerlingen aantrok. Het gebouw werd daarom stelselmatig uitgebreid, wat zich vertaalt in een veelvoud aan bouwstijlen, van roccoco over neo-barok naar nieuwe zakelijkheid. In 1921 wordt het internaat overgenomen door de Zusters Fransiscanessen. Ziij bleven in de gemeente tot 1986.

In 1989 kocht de gemeente Beveren het complex aan. Het werd gerenoveerd en gerestaureerd in verschillende fasen, waarbij telkens een deel van het gebouw in gebruik werd genomen. De renovatiewerken bereikten een einde in 2010, met de bouw van de foyer die de verbinding vormt tussen het voorgebouw en de kapel.