Iedere burger heeft het recht verzoekschriften, door één of meer personen ondertekend, schriftelijk bij de gemeente in te dienen. De organen van de gemeente zijn de gemeenteraad, het college van burgemeester en schepenen, de voorzitter van de gemeenteraad, de burgemeester, de algemene directeur en elk orgaan van de gemeente dat als overheid optreedt.

Een verzoek is een vraag om iets te doen of te laten.

De verzoekschriften worden aan het orgaan van de gemeente gericht tot wiens bevoegdheid de inhoud van het verzoek behoort. Komt een verzoekschrift niet bij het juiste orgaan aan, dan bezorgt dit orgaan het verzoekschrift aan de juiste bestemmeling. Uit de tekst van het verzoekschrift moet de vraag duidelijk zijn.

De voorzitter van de gemeenteraad, voor zover het een verzoekschrift voor de gemeenteraad betreft, plaatst het verzoekschrift op de agenda van de eerstvolgende gemeenteraad als het verzoekschrift minstens 14 dagen voor de vergadering werd ontvangen. Wordt het verzoekschrift later ingediend, dan komt het op de agenda van de volgende vergadering.

De gemeenteraad kan de bij hem ingediende verzoekschriften naar het college van burgemeester en schepenen of naar een gemeenteraadscommissie verwijzen met het verzoek om over de inhoud ervan uitleg te verstrekken.

De verzoeker(s) kan/kunnen worden gehoord door de gemeenteraad, het college van burgemeester en schepenen of een gemeenteraadscommissie. In dat geval heeft de verzoeker of de eerste ondertekenaar van een verzoekschrift het recht zich te laten bijstaan door een persoon naar keuze.

Het betrokken orgaan verstrekt, binnen drie maanden na de indiening van het verzoekschrift, een gemotiveerd antwoord.

Verzoekschriften die een onderwerp betreffen dat niet tot de bevoegdheid van de gemeente behoort, zijn onontvankelijk.
Een verzoekschrift moet voldoen aan volgende voorwaarden:

  • de vraag moet redelijk zijn en mag niet te vaag geformuleerd zijn;
  • het mag niet louter een mening betreffen;
  • de indiener moet zich kenbaar maken met naam, voornaam en adres;
  • het taalgebruik moet passend en niet beledigend zijn.

Het orgaan of de voorzitter van het orgaan doet deze beoordeling. Hij kan de indiener om een nieuw geformuleerd verzoekschrift vragen.