Een woning die ongeschikt is en bovendien een veiligheids- en/of gezondheidsrisico voor de bewoners inhoudt, is onbewoonbaar.

De beslissing om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren wordt genomen door de burgemeester.

  • De vraag tot onderzoek kan uitgaan van de huurder, de eigenaar of een derde. Op basis van een bezoek ter plaatste stelt een deskundige een technisch verslag op. 
  • De eigenaar wordt op de hoogte gebracht van de mogelijke ongeschikt- en/of onbewoonbaarheid van de woning. De eigenaar heeft dan 3 maanden de tijd om de nodige aanpassingswerken uit te voeren. 
  • Na 3 maanden zal de burgemeester al dan niet overgaan tot ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring. Vanaf dat moment wordt de woning onmiddellijk opgenomen in de inventarislijst van ongeschikt of onbewoonbaar verklaarde woningen.
  • De woning wordt van de lijst geschrapt als aangetoond is dat deze voldoende hersteld is.