Op het openbaar domein moeten opritten voor voertuigen altijd aangepast zijn aan het vervoer. Zij moeten zodanig aangelegd zijn dat zij geen hinder of gevaar betekenen voor voetgangers en dat de openbare weg niet beschadigd wordt.

Het aanleggen, wijzigen of verwijderen van een oprit is altijd ten laste van de aangelande of aanvrager. Bij werken aan de weg heeft het gemeentebestuur, als ze dit nodig achten, het recht deze oprit te verwijderen en door een andere keuze te vervangen, zonder dat u daarvoor een vergoeding ontvangt.

  • De breedte van een oprit mag niet breder zijn dan nodig voor de normale ontsluiting van het erf. 
  • De helling bedraagt minimaal 2 en maximaal 5 %. 
  • Het college van burgemeester en schepenen kan steeds uitvoeringsvoorwaarden opleggen om de stabiliteit en de veiligheid van de voetgangers te waarborgen en de integratie in de omgeving te bevorderen.

Als het nodig is om aanpassingen aan het openbaar domein, aan beplantingen of inrichtingen van openbaar nut uit te voeren, dan zijn de kosten hiervoor ten laste van de eigenaar van deze gronden of van de aanvrager. Deze aanpassingen moeten voor de werken en tijdig aangevraagd worden aan het college van burgemeester en schepenen.